Elke maand lichten we een interessant geval uit de praktijk toe.
Hiska, het boxerteefje, werd door hun ongeruste baasjes in onze praktijk binnengebracht omdat ze vol knobbels onder de huid zat. Ze waren plots opgekomen nadat ze in de tuin had rondgelopen.
Al vrij snel bleek dat Hiska een allergisch reageerdeop iets in de tuin, een plant of insect, misschien nog iets anders.
Ze kreeg een onderhuidse injectie cortisone en mocht terug naar huis.
De volgende dag waren de knobbels grotendeels verdwenen ... tot ze terug de tuin inging. Nu kwamen niet alleen de knobbels snel terug, maar ook haar lippen begonnen op te zwellen. Ze had ook vreselijke jeuk.
Nu werd een krachtig en snelwerkend cortisone in de bloedvaten geinjecteerd. Tijdens de controle de dag erna, bleek dat alle klachten zo goed als verdwenen waren. Enkel de oorzaak van de allergische reactie is nooit achterhaald.
ot in het huis toe.
Bij Diesel hebben we gekozen voor een hormonaal implantaat dat er voor zorgt dat Diesel tijdelijk (voor een periode van 6 maanden) chemisch gecastreerd is. We kunnen ook kiezen voor een injectie, die 1 maand werkt, maar volgens ons is die periode te kort om het gunstig effect en de mogelijke nadelen van chirurgische en dus definitieve castratie te kunnen evalueren. Tijdens deze periode van 6 maanden, bleek Diesel wonderwel goed te reageren op de behandeling. Zijn plasgedrag verminderde geleidelijk aan en stopte zelfs volledig. Hij werd zelfs een stukje minder actief. Even voorstellen: Zeno een speelvogel labrador van 8 maanden met maar 1 teelbal in de balzak. Verder verkeert hij in blakende gezondheid.De teelballen (testes) worden aangelegd bij de foetus ter hoogte van de nieren. Gedurende de dracht en tijdens de eerste levensweken gaan de testes langzaam afdalen in de buik, door de liesring heen tot in het balzakje. Na de 6de tot 8ste levensweek sluit de liesring waardoor de te traag afgedaalde testis gevangen zit in de buik of lies en dus niet tot in de balzak geraakt. Hierbij vinden we dus in plaats van 2, maar 1 of zelfs geen teelballen. Dit foutje van de natuur wordt cryptorchidie genoemd. Slechts in zeer zeldzame gevallen wordt er maar 1 in plaats van 2 testes aangemaakt in de buik van de foetus. Dit wordt agenesie van een testis genoemd.
Zeno had dus op consultatie al pup maar 1 teelballetje. In de lies konden we niet direct iets voelen dus hadden we een zeer sterk vermoeden dat in de buik nog een 2de teelbal zou zitten...
Cryptorchidie is een aandoening waar honden weinig tot geen last van gaat ondervinden gedurende de eerste jaren van hun leven. Ze ontwikkelen zich als een normale reu en zijn zelfs vruchtbaar, met uitzondering van de gevallen waar beide teelballen in buik blijven zitten. Voor zaadcelproduktie is er een lagere dan lichaamstemperatuur nodig. Hierdoor zitten de teelballen in een balzak buiten het lichaam. Om iets koeler gehouden te worden. Teelballen in de buik zitten dus te warm om zaadcellen te maken. Honden met 1 teelbal in het balzakje zijn dus vruchtbaar. Hormoon produktie is normaal bij honden met 1 of zelfs 2 teelballen in de buik en zullen dus sexueel normaal ontwikkelen. Op latere leeftijd hebben niet ingedaalde testes een aanzienlijk verhoogde kans op tumorale ontwikkeling, met alle gevolgen vandien. Verder is dit een erfelijk probleem en er wordt dus niet geadviseerd om met aangetaste dieren te kweken.
Voor Zeno werd er beslist om hem vroeg te castreren. Hierbij moet dus de normale teelbal, maar ook de niet-ingedaalde teelbal uit de buik verwijderd worden. Een dubbele operatie dus. Op de foto's kan je dus zien dat er een teelbal uit de buik gehaald wordt.
Op de foto kan je zien dat de testis uit de buik kleiner is vergeleken met deze uit de balzak.Op gebied van operatie lijkt dit wat op een sterilisatie van een teef met een incisie op de buik achter de navel, maar doordat de penis ook in het midden licht moet er een bochtje gemaakt worden langsheen de penis. Deze wonden genezen iets lastiger maar na een dag of 10 werden de draadjes verwijderd. Na de operatie hebben cryptorche honden een normaal kwalitatief leven met dezelfde levensverwachting als normale honden.
Cooper is een driejarige beagle en een deugeniet. Hij is voordien al een aantal keer bij ons langsgeweest omdat hij een wonde onder het oog had, dan weer een wonde aan de rechter achterpoot, daarna een wonde aan de linker achterpoot.
Nu belden de baasjes van Cooper dat in hij in een nagel was gaan staan en nog steeds in zijn pootje zat. Onmiddellijk langskomen was de boodschap.
Het bleek een vrij grote nagel te zijn die in het hoofdzoolkussen van de linker voorpoot zat. Uiteraard wilde Cooper op die poot poot geen steun nemen.
Er werd beslist om Cooper licht te verdoven zodat de nagel pijnloos verwijderd kon worden en de wonde grondig te inspecteren en te ontsmetten. Eén keer onder zeil, konden we de nagel verwijderen. Hij bleek voor de helft in het zoolkussen te zitten, wat, zoals je op de foto kan zien toch behoorlijk diep is.
De wonde werd grondig gespoeld en ontsmet. Zo'n diepe maar smalle wonden zijn een behoorlijk groot risico voor infectie, waarvan tetanus (de klem) één van de ergste zou kunnen. Voldoende lang een gepast antibioticum moest ook infecties vermijden.
Cooper kon terug mee naar huis en dus eind goed al goed!
Felix werd door haar eigenaars bij ons binnengebracht met de klachten dat ze niet goed wilde eten, wat erg speekselde en er niet echt verzorgd uitzag. Bij een grondige mondinspectie bleek dat Felix een erge mondontsteking had rond de tanden, op de tong, wangen en in de keelholte. Eten werd moeilijker en door de pijn van de tong wilde ze zich niet meer wassen.
Mondontstekingen bij katten komt behoorlijk veel voor en is vaak een behoorlijk vervelend probleem. De oorzaak van de ontsteking is nog onbekend, maar we weten dat kattenaids (FIV) en kattenleukemie (FeLV) een rol zouden kunnen spelen. Felix is dus eerst getest op beide ziektes, maar bleek gelukkig negatief te zijn.
Eerst wordt er geprobeerd met een antibioticum en een cortisonemiddel om de ontsteking onder controle te krijgen. In 60% van de gevallen lukt dit aardig en kunnen de katten een perfect normaal leven leiden. Felix reageerde in het begin redelijk goed op de medicatie maar de hoeveelheid tandsteen bleef voor problemen zorgen. Indien de medicatie niet aanslaat zoals wehopen, blijft er vaak maar 1 oplossing over, namelijk alle tanden waar ontsteking rond zit te trekken. De eigenaars van Felix hebben moedig deze laatste optie gekozen om zo 80% kans te hebben op volledige genezing.
Onder volledige narcose hebben we eerst alle tanden met een ultrasone apparaat tandsteenvrij gemaakt en terug volledig opgepolijst. Dan konden we goed beoordelen welke tanden getrokken moesten worden, namelijk allemaal behalve de onderste haaktanden. Deze laten we graag, indien mogelijk, staan, zodat katten die buiten lopen ook nog kunnen jagen en zich verdedigen tegen andere katten. Het was een hele klus en uiteraard behoorlijk ingrijpend voor Felix. Het voordeel is dat een mond vrij snel geneest en meestal zijn alle letsels al na 10 dagen verdwenen. De eerste dagen nog wat blikvoeding, maar ondertussen eet ze al terug wat brokken en gaat ze op jacht.
De behandeling is volledig geslaagd en kan nu zonder tanden toch een vrij normaal en pijnloos leven leiden zonder verdere behandelingen.
Volg hier binnenkort onze verbouwingen op de voet.









De metswerken vorderen vlot en worden uitvoerig gecontroleerd door het hele team van inspecteurs (2 september)
De laatste steentje wegen het zwaarst. De laatste handen aan de metselwerken worden gelegd. Nog even er met zijn drieën invliegen (9 september).
Een dag nadat de metselwerken afgerond zijn, wordt de staalcontructie al gezet. Deze zal de verdieping boven de praktijk moeten dragen (10 september).
De stalen constructie werd op 2 dagen geplaatst. Eens alles loodrecht staat, kunnen de welfsels gelegd worden (14 september).
Nu het plafond erin ligt ligt, begint het voor de eerste keer echt op een praktijkruimte te lijken. Verder worden de voorbereidingen getroffen om het beton over de welfsels te kunnen gieten (17 september).
Het beton kan gegoten worden (1 man voor het aanbrengen van de beton, 3 mannen om alles perfect glad te strijken). Twee vrachtwagens later is deze klus ook weer geklaard (17 september).
Na het weekend is de beton netjes uitgehard om verder te kunnen werken. De dakranden worden gemetst en de metalen contructie van de bovenverdieping geplaatst (21 september).
De timmermannen waren vroeg paraat om het houten skelet van de bovenverdieping in elkaar te steken. Veel werk gedaan op 1 dag (23 september).
Oktober zal de maand zijn, waarin we moeten zorgen dat we droog gaan zitten tegen het slechte weer eraan komt. We hopen dat de weergoden ons goed gezind zullen zijn. De dakwerkers beginnen het dak van de houtstructuur en het dak van de benedenverdieping te bekleden met roofing (1 oktober).
De dorpels aan de ramen en de voordeur worden gelegd zodat de maten van de ramen zo snel als mogelijk kunnen doorgegeven worden. Ramen spelen natuurlijk altijd een cruciale rol in de planning. (6 oktober)
Na de eerste laag roofing werd de isolatie gelegd, het hellingsbeton om de afwatering te garanderen en werd deze afgewerkt met een tweede laag roofing. Uiteindelijk zullen hierop ook kiezels komen te liggen. (8 oktober)
Vooraleer de ramen kunnen gemonteerd worden, moeten de vensterglazen op en top in orde zijn. Een gespecialiseerd inspectieteam keurt uitvoerig het glas en ze werden goed bevonden (10 oktober).
Nu het glas in perfecte staat bevonden is, kunnen ze dan ook geplaatst worden. De ramen die grenzen aan de tuin, gingen behoorlijk snel, maar de glazen inkom en de ramen van de bovenverdieping waren iets lastiger (22 oktober).
Ondertussen wordt er binnen ook niet stil gezeten. Op een dag of 2 ligt de voorbereiding van electriciteit, loodgieterij, sanitair en verwarming klaar zodat de bezetters aan de slag kunnen. Een dag je of 4 werk en de praktijk ziet er al een stukje witter en afgewerkter uit (27 oktober).
De raampjes in praktijkruimte 1 die zich aan de staatkant bevinden zie je hier voor en na de bezettingswerken (29 oktober).
Potverdorie de dagen tellen snel. Het volgende werk is chappen en dan de eindsprint inzetten tegen eind november, want dan is de verhuis gepland. Als dat maar goed afloopt...
Voor de start van verbouwing met de Speelkaartenstraat als zijstraat van de Kempenlaan (1 augustus)
Langs deze Speelkaartenstraat zal de ingang van de praktijk zich gaan bevinden.
De architect, Lou Jansen (rechts) bespreekt de laatste details met de mensen van Noordbouw. Nog wat opkuiswerken en dan kunnen de graafwerken van start. (3-4 augustus)
Ondertussen hebben wij wat versterking gekregen om alles op te rommelen! (4 augustus)
Eens de funderingen uitgegraven zijn kan de beton gestort worden. (6 augustus)
De geventileerde ruimte (kruipkelder) in volle opbouw. (10 augustus)
De kinderen kijken aandachtig naar de mama die de oprit aan het proper maken is. (15 augustus)
De welfsels voor de vloer in volle aanleg. Betonijzers installeren en alles is klaar voor het gieten van de vloerplaat. (18-19 augustus)
De vloerplaat wordt gegoten en netjes afgewerkt. Nu kan het metsen van de muren beginnen (20 augustus).
De openingen waar de ramen van de spreekkamer moeten komen, zijn uitgeslepen en de ondergrondse betonnen muurtjes worden ingesmeerd tegen het vocht (23 augustus).
De muren zijn vollop in opbouw, maar het kan ook moeilijk anders met 2, welliswaar kleine, "metserdienders" (24 augustus).
Zondag 18 september tussen 13u en 17u zetten wij de deuren van onze vernieuwde praktijk open om eens een kijkje te komen nemen.
We organiseren begeleide rondleidingen in groepjes doorheen de praktijk en geven zo een woordje uitleg over alles wat we doen.
Er zal wat kinderanimatie voorzien worden met bijvoorbeeld een springkasteel.
Drie v.z.w. organisaties (Helping dogs, Dieren op de Dool en het Zwerkattenproject Turnhout) zullen ook vertegenwoordigd zijn en bieden leuke hebbedingetjes voor onze viervoeters aan tegen democratische prijzen en dit uiteraard voor het goede doel.
Uiteraard kan er nog gezellig nagebabbeld worden met een drankje.
Als het weer meezit wordt het een leuke dag.
Tot dan!!
Middelbaar onderwijs: Sint-Victorsinstituut Turnhout
Diergeneeskunde Gent afgestudeerd in 2001
Opleiding Universiteit Utrecht voor knaagdieren, reptielen, konijnen en vogels 2002
Belangrijkste activiteiten in de praktijk:
Middelbaar onderwijs: Sint-Victorsinstituut Turnhout
Diergeneeskunde Gent afgestudeerd in 2000
Bijkomend algemeen specialisatiejaar (Internship Universiteit Gent) 2001
Bijkomende specialisatie-opleiding anesthesie (verdoving) 2002-2005 (Residency anesthesie Universiteit Gent)
Hoofd Intensive Care Unit Gezelschapsdieren Universiteit Gent 2002-2005
Belangrijkste activiteiten in de praktijk:
Onze kinderen Pieter, Lien en Jill
2008
2010




Door elk jaar grote financiele investeringen te doen door aankoop van nieuwer en beter materiaal en te investeren in bijkomende opleiden, trachten we zoveel mogelijk diensten aan te bieden in onze praktijk zelf.
De hospitalisatie wordt gebruikt gedurende een korte periode als ontwaakruimte na verdoving voor operatie, onderzoeken,... 
Redenen om dieren bij ons te laten verblijven gedurende 1 of meerdere dagen lopen sterk uiteen: zware chirurgie, infuus (vocht)behandeling bij uitdroging of shock, niet meer eten en drinken, verdere onderzoeken of gewoon observatie.
Tijdens de opname van uw dier wordt er zorg gedragen voor een aangepaste temperatuur (verwarming en airconditioning), voldoende daglicht zonder direct zonlicht door een zeer grote raam aanpalend aan de verblijfunits, hoog kwalitatieve en individueel aangepaste voeding naargelang de behoefte en uiteraard de nodige aandacht en uitlaatmogelijkheden. Ook 's nachts en in de weekends.
Alle verblijfshokken zijn uitgerust met infuuspompen en spuitpompen om vocht en medicatie in de correcte hoeveelheden te kunnen toedienen.
Bezoek van de eigenaar tijdens het verblijf van de patienten is toegelaten en wordt zelfs geapprecieerd. De hond ziet op regelmatige tijdstippen zijn eigenaar wat soms de eetlust en het algemeen welzijn kan bevorderen, terwijl de eigenaar nauw betrokken blijft bij de behandeling en vooruitgang van zijn dier.
De microscoop is een zeer vaak gebruikt hulpmiddel in de praktijk en is van onschatbare waarde voor een goed diergeneeskundig onderzoek.
Bij huidproblemen worden er verschillende stalen genomen om deze na een speciale kleuring te bekijken onder de microscoop.
Zo trachten we bij de eerste consultatie al een diagnose te stellen en gericht met een behandeling te starten.
Oorontstekingen gaan gepaard met behoorlijke wat jeuk of pijn. Door een staaltje uit het oor te nemen met een wattestaafje en deze microscopisch te beoordelen, kunnen we het juiste oorproduct en de juiste behandelingswijze opstarten. Elke ooronsteking is anders en kan uitzonderlijk zelfs anders zijn in de 2 oren van dezelfde patient! Oorontstekingen worden nooit blind behandeld!
Ook voor het onderzoek van gezwellen is microscopie onmisbaar. Door enkel het gezwel te betasten kan geen diagnose gesteld worden. Het gezwel aanprikken en de cellen bekijken met de microscoop is de goede strategie. Het geeft ons informatie over goedaardig of kwaadaardig en uiteraard ook de mogelijke behandeling. Het microscopisch onderzoek stelt ons in staat om te beslissen of chirurgie nodig is of niet.
Ook voor mestonderzoek van onze reptielen- en vogelpatienten wordt onze microscoop vaak aangewend. Hierdoor kunnen we de juiste medicatie aan de juiste dosis en frequentie opstarten bij de eerste consultatie wat tijd en kosten bespaard.
Anesthesie (narkose - verdoving)
Vaak krijgen mensen foutieve informatie te horen over anesthesie. Misleidende uitspraken als
"Honden ouder dan 9 jaar kunnen niet meer onder verdoving gebracht worden!", "Honden met een hartprobleem overleven de verdoving niet!" of "50% van de konijnen wordt niet meer wakker na een ingreep met verdoving!"
zetten eigenaars vaak op het verkeerde been en stellen hierdoor een nodige operatieve ingreep onnodig uit.
Belangrijk is dat de anesthesie individueel aangepast is aan de diersoort, ras, leeftijd, gezondheidsproblemen en de aard en duur van de ingreep.
Een op maat gesneden narkose met een voorafgaand gesprek en grondig lichamelijk onderzoek verminderen de anesthesie-risico's drastisch. Een 8 maand oude reu voor castratie krijgt bijgevolg een compleet andere verdoving dan een 15-jarig hond met een hartkwaal voor tandreiniging.
In onze praktijk is Yves, dankzij zij extra opleiding anesthesie, diegene die zich voornamelijk bezig houdt met deze tak van de diergeneeskunde.
Chirurgie
Door onze filosofie om zoveel mogelijk service te verlenen, worden bijna alle operaties in onze praktijk uitgevoerd. Frequent uitgevoerde ingrepen als sterilisatie en castratie van honden en katten, weghalen van gezwellen, blaasoperaties,... worden steeds uitgevoerd in aanwezigheid van ons allebei, met Ils als leidinggevende chirurg.
Voor de minder frequente chirurgie zoals gewrichts- of botoperaties wordt er beroep gedaan op chirurgen toegelegd op dit soort chirurgie, maar de operatie gebeurt nog steeds in onze praktijk. Hierdoor verzorgen we zelf het contact met de eigenaar, de anesthesie, de nazorg en hospitalisatie. 
Enkel voor zeer gespecialiseerde chirurgie wordt er doorverwezen naar een specialistencentrum.
Het onderzoeken en behandelen van huidziekten omvat een relatief groot gedeelte van ons werk in de praktijk. Het komt dus zeer vaak voor, met piekmomenten in het voorjaar en de zomer.
Bij onderzoek toegespitst op een huidprobleem wordt er standaard gebruik gemaakt van een aantal technieken:
Stofmonster
Met een stofmonster wordt er gekeken naar wat er zich tussen de vacht bevindt. Met een wit blad onder het dier wordt er eens grondig door de vacht gewreven. Alles wat er op het wit blad valt, wordt verzameld op een draagglaasje en microscopisch bekeken. We letten voornamelijk op uitwerpselen van vlooien, vlooien zelf, schilfermijten en andere parasieten.
Gist tape-stripHier gebruiken we gewoon doorzichtige plakband die zachtjes op letsels gedrukt wordt en terug verwijderd wordt. Een druppel kleurstof wordt op de plakband aangebracht en op een draagglaasje gekleefd. Op de plakband kleven nu cellen en organismen waaronder gisten (eencellige schimmeltjes).
AfkrabselsMet een chirurgisch mesje worden er op verschillende plaatsen waar letsels voorkomen wat huidcellen geschraapt. Dat wordt verzameld op een draagglaasje en direct bekeken maar ook na speciale kleuring
Er wordt op 2 manieren gekrabt. Ofwel een kleine oppervlakte maar tot de huid roodheid vertoont ofwel zeer oppervlakkig maar over een groot gebied. De eerste techniek wordt voornamelijk gebruikt voor demodex-mijten op te sporen, de tweede techniek voor schurft te diagnosticeren.
Haaronderzoek - trichografie
Hierbij wordt er heel eenvoudig een aantal haren uitgetrokken en met de microscoop bekeken naar het stadium van haargroei en gecontroleerd op parasieten, schimmels,...
Door deze onderzoeken te doen lukt het heel vaak om na 1 consultatie al een diagnose te hebben en dus ook gericht te kunnen behandelen.
Iedereen kent het fenomeen wel, bruinverkleuring van de tanden van onze honden en katten. Dit gaat heel vaak gepaard met een onaangename ademgeur. Het wordt dan meestal ook niet meer geapprecieerd als ze op de schoot komen zitten of likjes geven.
Mondhygiëne is natuurlijk belangrijk om een stralend en gezond gebit met frisse adem te houden, maar is ook essentieel in de algemene gezondheid. Het is nu eenmaal bewezen dat bacteriën uit de mond in de bloedbaan terecht kunnen komen en andere organen kunnen aantastenwaaronder hart, nieren en lever. Een hond met zeer vuile tanden en ontstoken tandvlees kan dus een hartpatiënt worden! Niet alleen een lokaal probleem dus, maar ook belangrijk voor de gezondheid van huisdieren.
Voor het verwijderen van tandplaque en tandsteen moeten dieren onder volledige verdoving gebracht worden. Met een ultrasoon apparaat wordt het tandsteen eraf getrild. Door deze trillingen wordt er warmte geproduceerd waardoor er continu moet gekoeld worden met water.
Nadat alle tandsteen verwijderd is worden de tanden terug gepolijst met een speciale pasta zodat het oppervlak van de tanden weer mooi glad is. Hierdoor hechten bacterieen zich minder snel terug vast.
Indien nodig, worden slechte tanden getrokken.
Ook konijnen en knaagdieren (bvb. cavia, chinchilla) komen bij ons vaak over de vloer voor tandproblemen. Bij deze dieren groeien zowel de snijtanden als de kiezen heel het leven. Bij verkeerde voeding of foutieve stand van de tanden, worden tanden te lang of beginnen er scherpe puntjes op te staan. Hierdoor beginnen de knagertjes minder te eten of zelfs te stoppen met eten. Bijkomende klachten kunnen ook zijn: speekselen (nat onder kin en voorpoten), tranende oogjes, abcesvorming op de kop, neusvloei en diarree.
Onder volledige verdoving worden de tanden (zowel snijtand als kiezen) met speciale apparatuur terug bijgevijld. Al onze knager-patienten gaan enkel met gas onder narkose waardoor het risico vele male kleiner wordt ten opzichte van een prikje in de bil.
Enkele voorbeelden:
Hond
Kat
Eerst wordt er uiteraard geluisterd naar het verhaal van de eigenaar, waarna de patient grondig onderzocht wordt. Zo proberen we ons een beeld te vormen wat mogelijke oorzaken van het probleem kunnen zijn.
Als ons klinisch onderzoek niet onmiddellijk uitsluitsel geeft, wordt vaak een staaltje bloed en/of urine afgenomen en opgestuurd naar een gespecialiseerd labo. Meestal hebben we de resultaten binnen 24 uur binnen ons bereik. Indien nodig, worden er verdere bloed- of hormonale testen uitgevoerd, foto's (RX) getrokken of een echo gemaakt.
Zo komen we meestal tot een sluitende diagnose zodat er ook gericht behandeld kan worden.

Tijden dat een dierenarts alle soorten van dieren behandelde zijn voorgoed voorbij. Het is dezer dagen al niet eenvoudig om kennis constant uit te breiden bij 1 diersoort laat staan, alle soorten. "Een goede paardendierenarts heeft meestal een beperkte kennis van gezelschapsdieren en ook omgekeerd". Vandaar dat we ons uitsluitend richten op gezelschapsdieren.
Diergeneeskunde van katten vraagt meestal een totaal verschillende aanpak t.o.v. honden. Ze dienen anders benaderd en begrepen te worden. Vaak krijgen we te horen dat katten rustig zijn in onze praktijk. Net zoals bij de katten, proberen we eerst onze patienten zich een beetje thuis te laten voelen met wat aandacht. Het doet vaak (maar niet altijd) wonderen.
Ook proberen we bij honden tijdens de jaarlijkse controle vooral te letten op gewicht, oren, ogen, tanden, vacht, hart en ademhaling. Na het onderzoek dienen we het vaccin toe. Bij honden wordt er geadviseerd te vaccineren tegen hondenziekte, kattenziekte, rattenziekte, leverziekte en kennelhoest. Bij honden die mee op camping mogen of op vakantie naar Ardennen en buitenland is er een wettelijke verplichting te vaccineren tegen hondsdolheid.
Ook voorzien we de meeste klanten met de juiste hoeveelheid van de correcte ontwormings- en ontvlooiingsprodukten.
Bij puppies wordt, naast vaccinatie, ontworming en behandeling van vlooien en teken ook aandacht besteed aan uitleg verschaffen omtrent castratie/sterilisatie en voeding.
Uiteraard nemen we met plezier de tijd om tijdens de jaarlijkse controle eventuele problemen of vragen te bespreken.
Onterecht wordt slechts een klein deel van de konijnenpopulatie gevaccineerd en jaarlijks gecontroleerd. Bij konijnen kan er gevaccineerd worden tegen Myxomatose (konijnenziekte) en RHD (bloederziekte). Myxomatose wordt voornamelijk
overgedragen door besmette muggen terwijl RHD door besmet hooi of groenvoer veroorzaakt wordt. Het spijtige is dat sterftepercentage zo goed als 100% is bij beide aandoeningen. Vaccinatie elke 6 maanden biedt een zeer goede bescherming. Uiteraard is het ook bij konijnen van belang ze te controleren op problemen met oren, ogen, hart en longen, tanden, gewicht en stoelgang.
Bij ons worden ook vaak konijnen gecastreerd, gesteriliseerd of tandheelkundige ingrepen verricht. Verdoving met gas beperkt zeer sterk de risico's die hieraan verbonden zijn.
In onze praktijk komt er een hele waaier van reptielenpatienten over de vloer, gaande van baardagamen, doornstaartagamen naar slangen, schilpadden tot geckos en leguanen. Voor deze diersoorten wordt er niet gevaccineerd of
standaard jaarlijks gecontroleerd. Ons advies is, afhankelijk van het aantal dieren, 1 tot 2 keer per jaar verse mest binnen te brengen voor onderzoek op parasieten.
Meer uitleg over onze diensten bij reptielen kan u vinden bij "REPTIELEN" in de menu.

Cavia
Cavia's zijn leuke gezelschapsdieren die echt leven in huis kunnen brengen. Het zijn sociale, maar vrij actieve dieren. Het idee dat het saaie, rustige, niet actieve dieren zijn, is foutief.
Cavia's in groep zijn leuk om bezig te zien. Ze maken een heel gamma aan geluidjes. Knorren betekend dat ze aan het genieten zijn; ze fluiten heel hard als ze angstig of opgewonden zijn; als ze korte piepjes produceren wil zeggen dat ze het niet echt leuk vinden.
Een nestje kweken is de moeite waard als je de kant-en-klare kleine cavia's tevoorschijn komen en vervolgens op 1 lijn, allen achter elkaar, de omgeving gaan verkennen.
Bij een onderzoek van een cavia wordt voornamelijk gelet op vacht, gewicht, tanden, uitwerpselen, oren, pootjes en ogen. Cavia's kunnen vanaf jonge leeftijd al problemen met de tanden vertonen, welke dan consequent behandeld moeten worden.
Chinchilla
Chinchilla zijn geweldige dieren om in huis te houden met het grote voordeel dat ze behoorlijk lang leven, ongeveer 15 jaar. Ze worden best per koppel of in groep gehouden, een chinchilla alleen is niet optimaal gelukkig. Buiten voeding, drinken, een zandbadje en knaagmateriaal in de kooi is er niet bijster veel werk aan het houden van chinchilla's.Problemen die kunnen voorkomen betreffen meestal maagdarmkanaal, vacht (schimmel, haarring), gebit en ademhaling. Ook voor chinchilla's kan u bij ons terecht.
Gerbil
Gerbils, ook wel woestijnratjes genoemd, zijn grappige, overdag-actieve en met name nieuwsgierige diertjes. Ze zijn gemakkelijk handtam te maken en bijten uiterst zelden. Als klein knagertje is de levensverwachting ongeveer 3 tot maximaal 5 jaar.
Problemen met vacht, tanden, vechtenwondes, diarree, ogen, neus, oren en gezwellen kunnen voorkomen.
Zelfs gerbils worden in onze praktijk met passie en de nodige zorg geopereerd.
Hamster
Hamsters worden het best solitair gehouden, alleen dus en niet in groep (met uitzondering van de Roborovski hamsters). De levensverwachting varieert ook van soort tot soort en bedraagt 1-4jaar, wat toch behoorlijk korter is t.o.v. konijnen, cavia's en zeker chinchilla's.
Bij het onderzoek van hamsters wordt er vooral gelet op uitwerpselen, ademhaling, vacht, wangzakken en ogen. Zelfs bij deze 5cm grote diertjes wordt soms een operatieve ingreep gepland.
Rat
Als jarenlange eigenaars van 2 ratjes kunnen we eigenaars zeer goed begeleiden in de huisvesting ervan. Het zijn attente, intelligente en vriendelijke diertjes de maar al te graag vast genomen worden. Je kan ze mits wat tijdsinvestering wat trukken leren en kun je ze zelfs mee buitenshuis nemen. Het grootste nadeel van ratjes vinden we de levensduur, namelijk 2 tot 3 jaar, wat vrij kort is.
Ratjes hebben soms last van een bloedneusje, vachtproblemen, diarree en gezwellen.
Ook ratjes worden in onze praktijk met de nodige zorg en passie geopereerd. 
Hier kan u specifieke informatie terugvinden omtrent het houden en kweken van hagedissoorten, schildpadden en slangen. Pagina nog in opbouw.

Hier publiceren we af en toe een artikeltje, dewelke ook in het hondenkrantje van de Kempische Kynologen Klub (KKK hondenschool) verschenen zijn.
Wat is allergie?
Allergie is een overreactie van ons afweersysteem tegen bepaalde stoffen. Allergie is een zeer vaak voorkomende aandoening bij de hond. Er bestaan verschillende soorten allergieën: voedingsallergie, contactallergie, omgevingsallergie, ... . Voedingsallergie en contactallergie komen in de praktijk niet zoveel voor. De meest voorkomende allergie is de omgevingsallergie of ook atopie genoemd. Op deze laatste gaan we dan ook wat dieper in.
Bij omgevingsallergie gaat de afweer van de hond overreageren tegen bepaalde stoffen, die voornamelijk opgenomen worden via de ademhaling. De meest voorkomende stoffen waar honden allergie tegen kunnen ontwikkelen zijn graspollen, boompollen, (on)kruidachtigen en huisstofmijt.
Welke klachten hebben honden met omgevingsallergie?
Bijna alle honden hebben jeuk variërend van milde naar zeer ernstige jeuk. De meest jeukende plaatsen zijn snoet, tenen, oksels en anus, maar sommige honden vertonen enkel terugkerende oorontsteking of zeer erge lokaal ontstoken huidplekken, ook hotspots genoemd.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
In theorie wordt de diagnose pas gesteld als alle andere huidaandoeningen met behulp van onderzoeken uitgesloten zijn. In de praktijk loopt het meestal niet zo'n vaart omdat dit financieel vaak niet haalbaar is. Regelmatig worden bloedonderzoek en huidtesten foutief gebruikt om de diagnose van allergie te stellen. Deze testen kunnen hun eventueel nut bewijzen bij het behandelen van allergie, maar niet bij het stellen van de diagnose. Ze kosten aanzienlijk veel terwijl hun bijdrage in de behandeling van de allergiepatiënt minimaal is. In onze praktijk worden ze al een tijdje niet meer gedaan.
Bij ons wordt de diagnose gesteld op basis van het ras, plaatsen van jeuk, microscopisch onderzoek en proefbehandeling.
Kunnen honden met allergie goed behandeld worden?
In de meeste gevallen, zelfs heel erge patiënten kunnen goed behandeld worden. Het is belangrijk om te weten dat allergie een aandoening is die men niet kan genezen, maar wel onder controle kan houden. Ons doel van de behandeling is de jeuk te doen verdwijnen met geneesmiddelen waarvan de nevenwerkingen minimaal zijn zodat de hond een kwalitatief goed leven kan leiden. Hierbij worden vaak een combinatie van antibiotica, cortisone, shampoo, een voeding voor de huid en een goede vlooien- en tekenbestrijding gegeven. Alles in zijn gepaste dosering zodat nevenwerkingen uitblijven. Tegenwoordig kan er via een bloedtest bekeken worden aan wat de honden allergisch zijn. Eventueel kan dan de omgeving aangepast worden of kan opgestart worden met een gerichte behandeling wat we desensibilisatie noemen. Hierbij worden injecties gegeven en wordt de allergie geremd.
Heel wat wanhopige eigenaars kwamen bij ons terecht met hun allergische hond, welke met een beperkte hoeveelheid aan geneesmiddelen zo goed als jeukvrij konden gehouden worden. Soms zijn de resultaten spectaculair.
De moed dus niet te snel laten zakken en onthou:
"Het is niet normaal dat honden jeuk hebben!".
Wat is arthrose?
Een gewricht bestaat uit 2 of meer beenderen die ten opzichte van
elkaar kunnen bewegen. Om alles vlot te laten bewegen is er een kraakbeenlaagje voorzien op die beenderen met daartussen de gewrichtsvloeistof die schokken opvangt en het gewricht smeert. Jong kraakbeen is veerkrachtig en glad, maar door gewrichtsafwijkingen, ouderdom en dergelijke gaat kraakbeen wat ruwer en minder elastisch worden. Hierdoor gaat de soepelheid van het gewricht achteruit en gaat het onderliggend been extra been aanmaken als reactie. Dit kan je zien op een rontgenfoto. De slijtage met ontsteking en pijn noemen we arthrose.
Oorzaken van arthrose?
Welke klachten veroorzaken arthrose?
Honden met ouderdomsarthrose vertonen heel vaak moeilijker rechtstaan, stijf lopen en zelfs manken voornamelijk na rust. Eens ze wat opgewarmd zijn lopen de meeste dieren vrij goed tot normaal. Bij gewrichtsaandoeningen zien we meestal manken op het aangetaste lidmaat.
Hoe stellen we de diagnose?
Arthrose kan enkel definitief aangetoond worden met behulp van rontgenfoto's, maar we krijgen al vaak een idee van het probleem bij ons klinisch onderzoek. We merken dat gewrichten pijnlijker en minder beweeglijk worden. Foto's worden er getrokken om de oorzaak van arthrose op te sporen en de evolutie van arthrose op te volgen.
Kan arthrose behandeld worden?
Arthrose beter voorkomen dan genezen!
Een oudere hond hoeft niet te manken! Er kan wel degelijk iets gedaan worden aan arthrose!
Contacteer ons of spring gerust eens binnen voor een behandeling op maat!
Met vaccineren gaan we honden (maar ook katten, runderen, paarden,....) trachten te beschermen tegen een aantal, en meestal, ernstige ziektes. Vaccineren bij honden gebeurt best op vroege leeftijd al heeft elke dierenarts zijn eigen schema om een puppy te vaccineren. De vaccins voor honden zijn meestal ‘cocktails' wat wil zeggen dat er met 1 vaccin tegen meerdere ziektes tegelijk gevaccineerd wordt. De meeste cocktails beschermen tegen hondenziekte (distemper virus), kattenziekte (parvovirus), rattenziekte (leptospirose), leverziekte (herpesvirus) en kennelhoest (parainfluenzavirus). Bijkomende vaccins kunnen gegeven worden zoals hondsdolheid (rabies) en kennelhoest (Bordetella).
Hoe werkt een vaccin?
Wanneer een ziektekiem het lichaam binnentreedt, wordt deze als "vreemd" beschouwd. De afweer van de hond zal hierop reageren met de aanmaak van antilichamen die de kiem zullen trachten te vernietigen. De afweer heeft een "geheugen". Hiermee wordt bedoeld dat de volgende keer het lichaam in contact komt met de ziektekiem de antilichamen veel sneller aangemaakt zullen worden. Hierdoor zal de hond minder of zelfs niet ziek worden.
Met de vaccinatie brengen we verzwakte kiemen in de hond. Deze zijn niet krachtig genoeg (pathogeen) om de hond ziek te maken, maar stimuleren wel de aanmaak van de antilichamen en het zogenoemde "geheugen". Als de hond dan in contact komt met een echte ziektekiem dan reageert de afweer zodanig snel dat de hond niet ziek zal worden.
Worden honden dan niet ziek van een vaccinatie?
Zoals hoger vermeld zijn de virussen die in de vaccins zitten verzwakt (geattenueerd) terwijl andere vaccins dode of soms zelfs stukjes van een virus bevatten. Hierdoor zullen gezonde honden niet ziek worden. Honden met een verminderde afweer door andere ziektes kunnen mogelijks mild ziek worden. Dit komt echter heel zelden voor.
Wat zijn vaccinatiereacties?
Dit zijn algemene of lokale reacties te wijten aan vaccins. Met algemeen wordt bedoeld dat de hond koortsig kan zijn, spierpijn kan vertonen en af en toe braken kan vertonen. Lokale reacties zijn meestal knobbels ter hoogte van de spuitplaats (meestal nek of flank). Deze knobbels kunnen pijnlijk (kennelhoest) of niet pijnlijk zijn (hondsdolheid). Knobbels komen vaak voor terwijl de algemene klachten eerder zelden zijn.
De vaccinatiereacties zijn meestal niet te wijten aan de ziektekiemen in het vaccin, maar wel het oplosmiddel. Vaccinatiereacties zijn geen reden tot het stoppen met vaccineren. Hier is de filosofie:"het risico op vaccinatiereacties weegt niet op tegen het risico dat uw hond een fatale ziekte kan oplopen". Bij het veelvuldig voorkomen van algemene vaccinatiereacties kan van vaccinmerk veranderd worden, aangezien elk merk een ander oplosmiddel gebruikt.
Mijn hond is gevaccineerd en toch krijgt hij kattenziekte(parvovirose). Hoe kan dat?
In de jaarlijkse "cocktail" zit inderdaad kattenziekte. Zoals eerder vermeld, belemmert vaccineren niet het feit dat de hond nog steeds ergens het kattenziektevirus kan oplopen. Maar bij een gevaccineerde hond gaat de afweer veel sneller reageren en is het ziekteverloop niet zo ernstig als bij de niet gevaccineerde hond. Je kunt er dus voor zorgen dat deze toch vaak fatale ziekte een ‘happy end' krijgt. Over de rottweiler en de doberman is het geweten dat ze erg gevoelig zijn aan kattenziekte. Hier wordt soms geadviseerd ze twee maal per jaar te vaccineren.
Hoe moet mijn puppy nu gevaccineerd worden?
Elke dierenarts heeft zo zijn eigen schema's. Het algemene principe is dat elke ziekte waar er tegen gevaccineerd wordt, minstens tweemaal in het schema moet voorkomen. Dit wordt gedaan om de afweer extra te stimuleren. Ons schema is als volgt:
6 weken leeftijd hondenziekte, kattenziekte
9 weken leeftijd hondenziekte, kattenziekte, leverziekte, rattenziekte,
kennelhoest
12 weken leeftijd hondenziekte, kattenziekte, leverziekte, rattenziekte,
kennelhoest
Nadien jaarlijks hondenziekte, kattenziekte, leverziekte, rattenziekte en kennelhoest. Voor campings in België, de Ardennen en het buitenland is hondsdolheid verplicht. Voor de meeste hondenscholen en kennels is een extra vaccin tegen kennelhoest ook verplicht.
Verspreiding van het virus.
Kattenziekte is een van de meest besmettelijke ziektes. Dit komt mede door het feit dat het parvovirus een zeer moeilijk te bestijden virus is. Het wordt niet vernietigd door de courante ontsmettingsmiddelen. Hierdoor wordt het extreem moeilijk om, op plaatsen waar veel honden verblijven (kennels, asielen,...), grondig en volledig te reinigen. Verspreiding gebeurt door rechtsstreeks contact met uitwerpselen, andere honden, maar ook door kleding, voedselkommen, kooien, ongedierte en dergelijke. Je kan je dus al inbeelden dat dieren die op een appartement wonen (zoals katten) ook gevaccineerd moeten worden. Dus ook honden die zeer weinig contact hebben met andere honden, kunnen op indirecte manier besmet en ziek worden.
Kattenziekte geeft vaak erge diarree en het is juist via de diarree dat het virus overgedragen kan worden.
Welke klachten heeft mijn hond als hij kattenziekte heeft?
Na contact met het virus duurt het gemiddeld 7 tot 14 dagen vooraleer er echt klachten optreden. Zo kan het dus voorkomen dat je een gezonde pup in het asiel of bij de kweker gaat halen en dat hij pas na 2 weken ziek wordt.
De meeste honden vertonen erge diarree, vaak met bloed bij, sufheid, geen eetlust, geen dorst, braken, koorts en sterfte. Zo verliezen honden veel vocht
(braken en diarree) terwijl ze geen vocht meer opnemen en kunnen dus erg snel uitdrogen. Ook bacteriën profiteren van deze zaak en gaan voor bijkomende infectie zorgen. De afweer van puppies met kattenziekte is ook heel vaak niet goed, waardoor ze zeer gevoelig blijven voor nieuwe kiemen. Hierbij is zeer snel en efficiënt optreden van enorm groot belang.
Sterfte wordt regelmatig gezien bij puppies jonger dan 12 weken.
Een tweede vorm van kattenziekte is deze waarbij het virus voornamelijk het hart aantast. Deze honden vertonen vaak geen klachten en sterven heel plots en onverwacht. Hier is het sterftepercentage zeer hoog.
Hoe stellen we de diagnose?
De diagnose is vrij eenvoudig te stellen met behulp van een testje. Hierbij wordt er wat verse mest genomen en getest op de aanwezigheid van het virus. Dit duurt enkele minuten en is heel betrouwbaar. Enkel in het begin van de ziekte kan de test negatief zijn.
Vaak wordt er aansluitend bloedonderzoek gedaan om te kijken hoe het met de afweer van de patiënt staat en of er nog bijkomende problemen zijn.
Loont het nog de moeite om een zieke hond te behandelen?
Ja, zeker en vast. Ook al komt sterfte regelmatig voor, toch hebben deze patiënten nog een behoorlijke kans. Goed om weten is, dat er tegen het virus zelf niet behandeld kan worden en dat er dus enkel ondersteuning kan gegeven worden. Hierbij is het van enorm groot belang dat de hond voldoende vocht krijgt. Behandeling van kattenziekte gaat dan ook altijd gepaard met een verblijf bij de dierenarts waarbij vocht wordt toegediend via een infuus (baxter). Een zware antibiotica-kuur moeten er voor zorgen dat er geen bijkomende bacteriën voor ergere ziekte gaan zorgen. Heel vaak zijn de patiëntjes zo ziek dat ze absoluut niet meer willen eten. En als ze dan toch eten, braken ze heel vaak. Hierdoor vallen honden snel af en krijgen ze problemen met hun eiwitten. Aangepaste vochtbehandeling of zelfs een bloedtransfusie zijn geen vaak geen overbodige luxe.
Vaak wordt er gezegd dat, als ze de eerste 5 tot 8 dagen overleven, de kans op overleving veel verbeteren.
Kunnen we voorkomen dat onze hond kattenziekte krijgt?
Vaccineren is zeer effectief en hiervoor willen we graag verwijzen naar het vorige hondenkrantje. Bij het houden van veel dieren is zorgvuldige hygiëne sterk aan te raden.
Graag willen we jullie nog een patiëntje van ons voorstellen.
Kayra is een Amerikaanse Stafford en was 8 weken oud toen ze bij ons binnenkwam. Ze was suf, had diarree en braakte onophoudelijk. Door een testje te doen op haar mest, bleek al snel dat ze kattenziekte had.
Onderscheid tussen tandplaque en tandsteen
Tandplaque is een laagje van bacteriën, etensresten en cellen van de mondslijmvliezen die op de tanden blijft plakken. Hierbij verkleuren de tanden ook al bruin en gaat de adem stinken. De geur wordt geproduceerd door de bacteriën. Tandsteen is gewoon het verkalken van tandplaque en gebeurt als het laagje tandplaque te dik wordt. De bacteriën die in het laagje tandplaque en tandsteen zitten, gaan het tandvlees doen ontsteken. Dit kan je zien als een rode rand op het tandvlees. Hierdoor gaat uiteindelijk het tandvlees niet meer mooi tegen de tanden aanliggen en kan de tandplaque en -steen verder ontwikkelen op de wortel van de tand. Na verloop van tijd komt de tand los te staan en valt hij uit. Dit gaat uiteraard gepaard met ongemak en zelfs pijn.
Mondhygiëne is natuurlijk belangrijk om een stralend en gezond gebit met frisse adem te houden, maar is ook essentieel in de algemene gezondheid. Het is nu eenmaal bewezen dat bacteriën uit de mond in de bloedbaan terecht kunnen komen en andere organen kunnen aantasten. De belangrijkste zijn hart, nieren en lever. Een hond met zeer vuile tanden en ontstoken tandvlees kan dus een hartpatiënt worden! Niet alleen een lokaal probleem dus, maar ook belangrijk voor de gezondheid van onze viervoetige vrienden.
Hoe kunnen we zorgen voor een goede mondhygiëne van onze honden?
Het voorkomen van tandsteen is essentieel is, maar indien nodig is het verwijderen van tandsteen aangewezen om het gebit maar ook de algemene gezondheid van onze viervoeters te beschermen.
Spijtig genoeg komen we als dierenarts regelmatig in aanraking met dieren die met vergiftigingsverschijnselen aangeboden worden. Er gaat heel wat volkswijsheid rond over vergifitigen (ook intoxicaties genoemd) en daar gaan we proberen wat klaarheid in te brengen.
De meest voorkomende vergiftigingen zijn rattengif (coumarineintoxicatie) en pesticiden (organofosfaat- en carbamaatintoxicaties).
Rattengif
Vergiftiging met rattengif is bij honden veruit de meest bekende. Deze gebeurt meestal niet met opzet maar per ongeluk als de zakjes gif op een plaats gelegd zijn waar ook de hond aan kan. Zeker kleine honden en voornamelijk jagers (zoals de Jack Russell) zijn gevoelig omdat zware honden extreem veel gif moeten opnemen vooraleer er vergiftigingsverschijnselen optreden.
Rattengif werkt vitamine K tegen dat noodzakelijk is voor de bloedstolling. Met andere woorden, rattengif zorgt ervoor dat het bloed minder of niet meer stolt. Hierdoor kunnen er bloedingen ontstaan in het hele lichaam. Heel vaak komen bloedingen als eerste in de longen of het maag-darmstelsel voor. Honden krijgen dan plots ademnood, bloed braken of bloederige diarree. Op onderzoek in de praktijk valt meestal op dat de slijmvliezen in de mond (tong, tandvlees, wangen) in plaats van mooi roze, heel erg wit zijn. De kleur in de mond wordt voornamelijk bepaald door de rode bloedcellen. Bij bloedverlies zijn er dus minder rode bloedcellen en gaan de slijmvliezen wit verkleuren.
Als de honden snel bij de dierenarts terechtkomen en de diagnose wordt snel en correct gesteld zijn de vooruitzichten zeer gunstig. Indien honden ernstige klachten vertonen, wordt er best een bloedtransfusie gegeven. Niet echt goedkoop, maar wel levensreddend. Meestal is 1 bloedtransfusie voldoende. Verder wordt er altijd vitamine K bijgegeven, eerst via injecties, daarna via druppels in de mond. De behandeling moet voldoende lang zijn omdat het rattengif tot enkele weken kan werken. Bij honden die longbloedingen hebben, moet er eventueel zuurstof en antibiotica toegediend worden. Heel vaak kunnen honden al na enkele dagen terug naar huis.
Pesticiden
Deze vergiftigingen geven compleet andere klachten. Klachten treden meestal op kort na de gifopname en zijn vaak erg speekselen, trillen, plassen, aanvallen van vallende ziekte (epilepsie), enz... . Hierbij moet er snel ingegrepen worden, anders kunnen deze aanvallen fataal worden. Afhankelijk van het gif is er soms een antigif beschikbaar. Dit moet zo snel mogelijk gegeven worden en de aanvallen moeten gestopt worden. Na het geven van het antigif zien we al vrij snel het verminderen van de aanvallen, het speekselen neemt af. Indien er toch nog aanvallen zijn, worden die gestopt met een kalmerend middel. Verder moet het toedienen van het tegengif regelmatig herhaald worden en blijft de hond het best bij de dierenarts tot alle klachten verdwenen zijn. Ook bij deze vergiftiging zijn de vooruitzichten voor de hond vrij gunstig als er snel en correct wordt ingegrepen.
"Beter voorkomen dan genezen"
Let dus zeer sterk op waar er eventueel gif wordt geplaatst, ver buiten het bereik van onze viervoetige vrienden.
Snurken bij honden komt meestal door een te lang zacht gehemelte, te nauwe neusgaten, een abnormale beweging van het strottenhoofd of een combinatie van deze drie. Voornamelijk kortsnuitige rassen vertonen snurken vooral tijdens hun slaap, maar soms ook wanneer ze wakker zijn.
Een bewuste selectie van honden met extreme uiterlijke kenmerken (een korte snuit dus) heeft geleid tot een aantal fouten in de lichaamsbouw van sommige rassen. Hierbij denken we vooral aan de Franse en Engelse bulldog, de boxer, de mastiffachtigen (Bull mastiff, Bordeaux dog,…), de Boston terrier, de mopshond en de Pekinees. Deze hebben een korte snuit met afwijkingen ter hoogte van de neus, keel en strottenhoofd met een bemoeilijkte ademhaling en snurken tot gevolg.
De ademhaling dient natuurlijk enerzijds om zuurstof op te nemen maar voor honden ook om af te koelen. Tijdens het hijgen wordt het vocht op de tong verdampt waardoor het lichaam kan afkoelen. Als de ademhaling wat moeilijker verloopt door de afwijkingen in neus, keel en strottenhoofd, is het voor deze kortsnuitige honden ook moeilijker om af te koelen. Dit is dan ook de reden waarom ze minder goed tegen warmte en inspanning kunnen. Echte atleten vinden we dan ook niet onder de eerder genoemde rassen.
Voor echte kortsnuitigen is het erg moeilijk om door de neus te ademen. Dit komt doordat de neusopeningen te nauw zijn. Ze moeten veel moeite moeten doen om lucht naar binnen te zuigen. Hierdoor schakelen ze veel sneller over op een mondademhaling en gaan ze hijgen.
Een bijkomend probleem is een te lang zacht gehemelte dat bij het inademen vaak in de luchtpijp gezogen wordt, gaat flapperen waardoor er een snurkend geluid geproduceerd wordt. Vaak niet enkel vervelend voor de hond maar ook voor eigenaar.
Bij ernstige problemen kan het strottenhoofd dichtklappen en kan dit leiden tot de dood. Gelukkig komt dit niet zo frequent voor.
Er zijn een aantal dingen waar op moet gelet worden bij kortsnuitige rassen. Bij aankoop is het belangrijk te weten hoe de ouders eruit zien. Indien zij extreme platte snoetjes hebben, dan gaan ook vermoedelijk de pups dit vertonen en vergroot het risico op problemen met de ademhaling. Kies dus voor een nestje waarvan de ouders een niet te korte snuit hebben.
Vermageren is steeds aan te raden indien de honden wat overgewicht hebben (dit geld natuurlijk niet alleen voor de kortsnuitigen). Doordat de kortsnuitigen niet echte atleten zijn, hebben ook juist deze rassen meer aanleg voor zwaarlijvigheid. Slanke honden presenteren niet alleen mooier, maar kunnen ook veel beter tegen de warmte waardoor ze minder moeten hijgen. Een aangepaste voeding en eventueel medicatie kunnen bij het vermageren aardig helpen.
Sommige honden kunnen enkel geholpen worden met chirurgie. Hierbij worden de neusgaten breder gemaakt en het zacht gehemelte ingekort. Chirurgie wordt bij ons enkel geadviseerd indien de hond na vermageren nog steeds klachten vertoont of bij spoedgevallen.
Kortom, probeer bij kortsnuitige rassen niet te kiezen voor de extreem platte snuitjes en let heel sterk op het gewicht van uw trouwe viervoeter.
- De naam a'bel

Een naam voor een dierenartsenpraktijk kiezen is geen gemakkelijke opdracht. De naam moet natuurlijk ook onze visie op diergeneeskunde weerspiegelen. Het woord "a'bel" betekent volgens het Van Daele woordenboek "ergens goed in zijn", "bedreven zijn in" en is vermoedelijk afgeleid van capabel of het engelse "able". We proberen, door zoveel mogelijk bijkomende opleidingen te volgen en door enkel te werken met materiaal van de hoogste kwaliteit, een zo goed mogelijke dienstverlening te verzorgen.
- Geschiedenis
2003 november: Steenweg op Gierle 243
Eind augustus kwam dit huisje vrij. Het was liefde op het eerste zicht: klein, maar kon perfect volstaan om onze droom in vervulling te doen gaan. Na een paar maanden van schuren, schilderen, parkeerplaats aanleggen, inrichten ...... onze eigen gezelschapsdierenpraktijk was een feit!
Ze telde 1 spreekkamer en een zeer oud RX toestel. Door te geloven in wat we doen, groeide ons clienteel zeer snel. De nood tot uitbreiding werd al snel groot.
2005 november: Steenweg op Gierle 259
In februari van 2005 kregen we de kans om iets verderop in de straat een huis te kopen: de voormalige winkel "Frigidaire". Een ideale gelegenheid om onze praktijk uit te breiden. Nu was het de grootse aanpak. Het huis is volledig herleid tot ruwbouw om dan systematisch terug op te bouwen. In november werd de praktijk officieel geopend.